Onmogelijke keuze voor Nederlandse banken: welke wetten zullen zij naleven, de Nederlandse of de Amerikaanse?
Plus Ultra | Bancair strafrecht | 30 september 2026
Nederland is in de escalatie met Amerika over het Internationaal Strafhof (“hof”) in een onbekende situatie beland (zie artikel van 20 juli 2026). Een Nederlandse publieke omroep noemt een Europees “blokkeerstatuut” een paardenmiddel als verdedigingszet tegen Amerikaanse sanctiewetgeving. Is die benaming terecht? Paardenmiddel ten aanzien van wie? Ook de (uit)werking van dat middel is voor Nederland onbekend.
“In praktijk is het niet zo simpel, zeggen experts”. Maar er staat geen uitleg bij van die deskundigen. De omroep meldt dat het bedrijven in een onmogelijke situatie kan brengen, “want aan welke wetten moeten ze zich houden?” Volgens het Europees “blokkeerstatuut” is naleving van de Amerikaanse wet verboden, maar schending daarvan betekent in Amerika aansprakelijkheid. Het “statuut” zou volgens de omroep “vooral een krachtig politiek signaal” zijn. Belangrijk om te onthouden.
U bent niet de enige als u zich afvraagt: als statuten de bij notariële akte opgemaakte regels van een bedrijf zijn, wat is dan in vredesnaam een “blokkeerstatuut”? Het “statuut”, legt de omroep uit, verplicht Europese bedrijven om “VS-sancties te negeren” (let op de vertaalkwaliteit), beter gezegd: Amerikaanse sanctiewetgeving niet na te leven. Als zij hierdoor schade lijden, zouden zij in theorie compensatie kunnen ontvangen.
Voor deze onbekende situatie is in Nederland geen precedent. Één deskundige stelde in 2025 in de context van het hofprobleem voor: “Nederland kan op grond van Europese wetgeving garanties geven aan banken dat ze worden gevrijwaard van claims”. Deze vrijwaringstheorie schijnt uit te gaan van bescherming in Europa, maar biedt geen bescherming tegen de bankbelangen (zoals vestigingen en diensten) in Amerika. De (uit)werking hiervan is voor Nederland onbekend.
Elders is echter al bekend dat wetgeving ter bestrijding van boycots (Verordening 2271/96) vrij nutteloos is, vraag maar aan Venezuela dat zich tegen Europese boycots wilde weren. Wetgeving ter bestrijding van economische dwang (Verordening 2023/2675) is bureaucratisch traag en nog nooit ingezet. Veel risico’s dus voor Nederlandse banken met belangen in Amerika.
Totaal onbekend vaarwater voor Nederland. Voor Amerika echter bekend gebied, compleet met precedent dat concrete leringen en indicaties biedt.
Dat precedent brengt ons naar 2013. Toen hadden de fiscus en het Openbaar Ministerie (“O.M.”) van Amerika een speciale inkeerregeling voor Zwitserse financiële instellingen. Indien zij vermoedden dat zij wellicht fiscale delicten hadden gepleegd, dan konden zij zich bij de Amerikaanse fiscus melden voor amnestie en daarmee strafrechtelijke vervolging in Amerika voorkomen. Volgens de Zwitserse wet was schending van het bankgeheim strafbaar. Toch keerden 84 financiële instellingen zich in. Tegen 2016 had de regeling de schatkist al meer dan USD 1,37 miljard opgeleverd.
Al die financiële instellingen moesten kiezen tussen naleving van de Zwitserse of de Amerikaanse wet, die lijnrecht tegenover elkaar stonden. Naleving van de Zwitserse wet inzake het bankgeheim betekende geen klantgegevens vrijgeven aan de Amerikaanse belasting- en strafrechtelijke autoriteiten en aldus de Amerikaanse wet overtreden, met alle aansprakelijkheid van dien. De Amerikaanse wet naleven betekende uitwisseling van klantgegevens en de Zwitserse wet schenden, met alle aansprakelijkheid van dien. De keuze was snel gemaakt.
Want aan de ene kant staan autoriteiten die gedogen, niet optreden of gewoon moeten sluiten zoals de Stichting Tuchtrecht Banken, terwijl aan de andere kant de autoriteiten wel optreden. Soms treden Europese autoriteiten wel op, maar meestal is dat ook wel zacht genoeg om dat mee te nemen in de berekening bij het plegen van het delict.
Daarnaast waren de Zwitserse financiële instellingen ooggetuigen van de Amerikaanse vervolging van Zwitserse megabanken. UBS betaalde in 2009 USD 780 miljoen aan boetes en moest gegevens van meer dan 4000 rekeninghouders geven aan de autoriteiten in het kader van de schikking ter voorkoming van verdere vervolging. Meerdere bankiers werden vervolgd en ook Amerikanen die met hen belasting zouden hebben ontdoken.
In 2013 erkende Wegelin & Co. (“Wegelin”) medeplichtigheid bij belastingontduiking ten aanzien van circa USD 1,5 miljard. De bank ving voormalige klanten van UBS op nadat deze was vervolgd. Wegelin werd veroordeeld tot betaling van in totaal circa USD 74 miljoen. Meerdere bankiers werden vervolgd. In Amerika was dit de eerste strafrechtelijke vervolging, erkenning van schuld en veroordeling ooit van een buitenlandse bank. Wegelin had geen vestigingen in Amerika. In 2013, na zich schuldig te hebben verklaard, kwam Zwitserlands oudste bank aldaar ten einde.
Credit Suisse erkende in 2014 medeplichtigheid bij belastingontduiking en betaalde USD 2,6 miljard in het kader van de schikking ter voorkoming van verdere vervolging. Het O.M. berichtte dat de bank een schikking had getroffen, 8 bankiers werden vervolgd en 2 van hen al schuld hadden erkend. Het Nederlandse O.M. heeft in 2026 kunnen meesnoepen van alle informatie die is vrijgekomen door de Amerikaanse vervolging van Credit Suisse en een boete van EUR 5 miljoen geïnd.
Uiteindelijk blijkt dat het Zwitserse wettelijke bankgeheim dat als een bankkluis hermetisch was afgesloten, geen obstakel vormde voor de Amerikaanse strafvorderlijke koevoet.
Hierboven werd u verzocht te onthouden dat de Nederlandse omroep de Europese wet “een krachtig politiek signaal” noemt. Dat is namelijk een belangrijk onderscheid tussen het Amerikaanse precedent en het huidige Nederlandse geval. Het verschil tussen Nederland en het hof nu en Zwitserland en de banken destijds was dat toentertijd de samenwerking tussen de Amerikaanse en Zwitserse autoriteiten inzake de vermeende belastingdelicten beter was. Dat was minder politiek — en dus minder problematisch — dan de huidige Nederlandse escalatie over het hof. Nederland zelf heeft het immers over het inzetten van een vermeend paardenmiddel. Dus dat wordt hard tegen hard.
Hard ging het eraan toe voor BNP Paribas (“BNP”) die in 2014 schuld erkende inzake schendingen van sanctiewetgeving en een totaalbedrag betaalde van circa USD 8,9 miljard in het kader van de schikking. De Franse politiek zou zich er destijds mee hebben bemoeid. Tevergeefs. Ondanks het feit dat dit overheidsoptreden financieel fors is, strookt het met de Amerikaanse Grondwet.
Tegenwoordig zijn de boetes niet meer zo hoog, maar ook niet echt laag, want in 2025 heeft Credit Suisse schuld erkend ten aanzien van de ten laste gelegde delicten en USD 510.608.909 betaald. Maar als de vervolging van BNP een niet-politieke kwestie was, kunt u zich dan voorstellen hoe het optreden tegen een Nederlandse bank zou zijn dat juist wel politiek is in het kader van de escalatie over het hof.
De 3 grootste Nederlandse banken zijn allemaal al in aanraking geweest met justitie in Amerika. Dat was geen pretje en daarna zijn zij muisstil erover gebleven. In 2010 betaalde ABN Amro Bank USD 500 miljoen wegens schending van witwas- en sanctiewetgeving. In 2012 betaalde ING Bank USD 619 miljoen wegens schendingen van sanctiewetgeving waarbij meer dan USD 2 miljard betrokken was. In 2018 erkende Rabobank schuld ten aanzien van witwasdelicten en betaalde USD 368.701.259. Ook een Rabobankier werd met succes vervolgd.
Het bestuursrechtelijk optreden wordt hier niet genoemd, maar kan ook krachtig zijn, zoals een boete van USD 475 miljoen voor Rabobank in 2013.
Sinds 2025 is toezicht op naleving van sanctiewetgeving één van de uitdrukkelijke topprioriteiten van het vervolgingsbeleid van het Amerikaanse O.M. op het gebied van financieel strafrecht. Veel personeel en middelen die daarop worden ingezet. Belangrijk dus.
Hoe zou de Europese vrijwaring hier werken? Zou Nederland of zouden andere Europese landen die USD 8,9 miljard echt vergoeden aan de Franse bank? En als het gaat om 84 financiële instellingen, zoals in Zwitserland? Is vrijwaring realistisch? En wat als die vrijwaringsgarantie vóór toekenning in rechte wordt aangevochten? Let niet op wat in theorie wordt beloofd, maar wat in werkelijkheid wordt gedaan.
Zelfs al zou in Nederland of Europa een vorm van vrijwaring worden gecreëerd, dan vrijwaart die niet de financiële instellingen van de gevolgen in Amerika. Die gevolgen kunnen weer gevolgen hebben voor de financiële instellingen in hun thuisland, zoals bij Wegelin te zien was. Ook kunnen de Nederlandse financiële instellingen hun vergunningen voor bank-, verzekerings- en effectenhandelsactiviteiten in Amerika worden ontnomen door de Amerikaanse toezichthouders naar aanleiding van strafrechtelijke vervolging en schulderkenning. Dat is in Amerika de financiële doodstraf.
Zouden de Nederlandse banken nogmaals in aanraking met justitie in Amerika willen komen voor delicten op het gebied van sanctiewetgeving in verband met het hof, maar ditmaal met de hard-tegen-hard politieke lading van de escalatie? U mag het zeggen. Recidive kan een grond voor strafverzwaring zijn.
Voor Nederland en Nederlandse bedrijven gaat het niet alleen maar om het geld. Vroeg of laat zal desondanks de vraag zich opdringen of de investering in het hof het waard is voor Nederland ten aanzien van het rendement en de risico’s. De Wet bescherming Amerikaanse militairen (informeel ook bekend als de “Haagse invasiewet”, door de Nederlandse omroep vertaald als “Den Haag Invasie-wet”) geeft de Amerikaanse president volledige bevoegdheid om alle beschermingsmaatregelen te treffen. Dus de rechtsonzekerheid en onduidelijkheid die in Amerika heersten over de Amerikaanse militaire acties in de Caribische Zee tegen boten in het kader van vermeende drugsbestrijding, bestaan niet in het geval van het hof. Militair ingrijpen is sinds 2002 uitvoerig bij wet vastgelegd.
Bij financiële instellingen gaat het om het geld. Dat wordt dus een kosten-batenanalyse. Die gaan een markt als Amerika niet altruïstisch opofferen en bedrijfs- en bestuurdersaansprakelijkheid riskeren voor een investering van Nederland. Dus de keuze tussen welke wet zij het beste kunnen overtreden, is snel gemaakt. Het gaat bovendien niet zozeer om de wet, die heeft elk land wel, maar juist om handhaving ervan. En als één ding duidelijk is in Nederland en Europa, dan is dat niet handhaven maar gedogen. Dus wat zouden de banken kiezen: een zwaarbewapende, ervaren speciale tactische eenheid of een waakhond zonder tanden en zonder ervaring? U mag het zeggen.
Veel dank voor uw bezoek. Bij Plus Ultra hechten wij veel waarde aan de kwaliteit van juridische vertalingen. Wij waarderen onze cliënten ten zeerste en delen graag onze juridische en vertaalkundige vakkennis met u. Veel dank voor de donaties en voor het delen van Plus Ultra met anderen voor wie dit nuttig kan zijn. Het is door uw steun dat Plus Ultra gratis een bijdrage kan leveren aan onze geliefde mensen met waardevolle meertalige hulp en juridische en taalkundige artikelen en ook nuttige toeristische informatie en beelden. Nogmaals hartelijk dank voor uw steun en wij hopen u snel weer te zien.

Ontvang Plus Ultra’s nieuwsbrieven in het Nederlands.
Volg Plus Ultra op YouTube en TikTok om te genieten van onvergetelijke ervaringen en adembenemende plaatsen zoals u die hierboven ziet.
Meer informatie over Plus Ultra’s juridische, taalkundige en toeristische diensten in Colombia.
Benut Plus Ultra’s waardevolle juridische vertaaltips in het Engels en Spaans voor bij de Nederlandse notaris.
U zult zien dat onze naam, ideeën en publicaties worden gekopieerd of iets soortgelijks wordt gemaakt of geprobeerd. Plus Ultra herkent u aan de inhoud.
© Plus Ultra Juridische Vertalingen & Uitgeverij. Alle rechten voorbehouden.



