Plus Ultra Channel

info@plusultratranslations.com

+31641694933

Rechtsvergelijking voorspellingsmarkten

Kruispunt appèl-, staats-, kansspelen- en derivatenrecht

Plus Ultra | Appèl-, kansspelen- en derivatenrecht | 20 oktober 2026

Het duurde even voordat voorspellingsmarkt Polymarket in Nederland een rechtszaak zou beginnen met ongeveer hetzelfde betoog als in Amerika. De voorspellingsmarkt heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar waarin het door de Kansspelautoriteit opgelegde verbod en de dwangsom van circa EUR 420.000 worden bekrachtigd. Biedt het betoog in Amerika een halve victorie, in Nederland is er minder hoop.

In Amerika zijn voorspellingsmarkten al langer onderwerp van veel rechtsprocedures. De uitkomsten daarvan zijn half-om-half: zij krijgen wel steun van de federale toezichthouder maar niet van de kansspelautoriteiten van de staten en bij de rechter deels victorie. In burgerrechtelijke massavorderingen stellen consumenten dat voorspellingsmarkten niets anders zijn dan verboden gokplatforms zonder de daartoe vereiste vergunningen en consumentenbescherming (artikel van februari 2026). In het strafrecht is handel met voorkennis op voorspellingsmarkten vervolgd als een derivaatrechtelijk delict (artikel van mei 2026).

Bestuursrechtelijke procesvoering is zo ver gevorderd dat in 2026 de appèlrechters het oneens met elkaar zijn, dus een breuk in de rechtseenheid is ontstaan. De kansspelautoriteiten van veel staten hebben, net als in Nederland, voorspellingsmarkten verboden wegens het aanbieden van kansspelen zonder de daartoe vereiste vergunningen. De federale toezichthouder voor de derivatenmarkten, de Autoriteit Grondstoffenhandel, heeft tegen meerdere staten opgetreden door exclusieve bevoegdheid af te dwingen bij de rechter. Dus door te betogen dat volgens het Amerikaanse constitutioneel recht en staatsrecht die Autoriteit en niemand anders rechtsmacht is verleend over de handel op de voorspellingsmarkten, omdat het gaat om afgeleide financiële instrumenten, swaps.

De ene appèlrechter bepaalt dat op voorspellingsmarkten derivatenhandel wordt gedreven en daarom uitsluitend de federale toezichthouder bevoegd is met uitsluiting van alle overige autoriteiten. De andere appèlrechters bepalen dat op voorspellingsmarkten niet derivatenhandel wordt gedreven maar wordt gegokt, of dat wel derivatenhandel wordt gedreven maar tegelijk ook gegokt en de toezichthouder dus niet exclusief bevoegd is.

Volgens het recentste arrest van 25 september 2026 lanceerde Kalshi begin 2025 sportgebeurteniscontracten. (De vertaling “sportgebeurtenis” is exacter dan “sportevenement”, omdat die contracten gaan over de vraag of iets gebeurt in de sportcontext, zoals in een sportevenement.) De kansspelautoriteiten van meerdere staten waarschuwden dat zij bestuursrechtelijk zouden optreden, omdat die contracten in strijd zijn met hun kansspelwetten. Ter voorkoming daarvan begon Kalshi in twee staten een kort geding, stellende dat zij niet mochten optreden. De prevalerende federale wet zou namelijk aan de federale toezichthouder exclusieve bevoegdheid verlenen over swaphandel op de officiële derivatenbeurzen. Aan dit betoog ligt ten grondslag het kernbetoog dat Kalshi niet aan kansspelen maar derivatenhandel zou doen, omdat gebeurteniscontracten geen kansspelen zouden zijn maar derivaten.

De ene feitenrechter stelt Kalshi in het ongelijk, omdat niet was aangetoond dat sportgebeurteniscontracten swaps waren waarover de toezichthouder exclusieve bevoegdheid geniet. Zelfs al zou dat zijn aangetoond, dan nog had Kalshi niet bewezen dat de kansspelwet van de staat buiten toepassing moest worden gelaten. De andere feitenrechter stelt Kalshi daarentegen in het gelijk, bepalende dat Kalshi in een bodemprocedure waarschijnlijk in het gelijk zou worden gesteld, omdat sportgebeurteniscontracten swaps zijn waarover de toezichthouder exclusief bevoegd is.

Deze zaken gaan daarna naar de appèlrechter die bepaalt dat Kalshi in appèl niet heeft aangetoond dat sportgebeurteniscontracten vallen binnen de wettelijke begripsbepaling van een swap en daarmee binnen de reikwijdte van de exclusieve bevoegdheid van de toezichthouder. Zelfs ervan uitgaande dat die contracten swaps zijn, bepaalt de appèlrechter subsidiair dat de federale wet, de Wet Grondstoffenhandel, de kansspelwetgeving van de twee staten noch uitdrukkelijk noch stilzwijgend buiten toepassing stelt.

In deze en andere aanverwante rechtszaken spelen de semantische betekenis van de woorden, de context van de bepaling en het doel van de wet de belangrijkste rol. Belangrijk is dat de Amerikaanse wet wel en de Nederlandse wet niet begripsbepalingen heeft van de verschillende financiële instrumenten. Die begripsbepalingen zijn cruciaal geweest voor het standpunt en de victorie van de voorspellingsmarkten en de federale toezichthouder. De nederlagen daarentegen zijn te wijten aan een uitgebreide uitleg van de tekst en het doel van de wet.

Volgens de begripsbepaling van de Amerikaanse wet die door Kalshi en toezichthouder worden gebruikt voor hun betoog, voor zover hier relevant, is een swap “een overeenkomst, contract of transactie op grond waarvan koop, verkoop, uitbetaling of levering afhankelijk is van het plaatsvinden of het juist niet plaatsvinden van een gebeurtenis of voorwaarde, dan wel de mate waarin een gebeurtenis of voorwaarde plaatsvindt, die verband houdt met een mogelijk financieel, economisch of commercieel gevolg”.

Volgens de appèlrechter moet niet alleen naar de tekst van die bepaling worden gekeken, maar ook naar de context en de bedoeling van de wet en de wetgever (p. 22). De context bevat andere definities van een swap die vrijwel uitsluitend verwijzen naar financiële waarden, indices of instrumenten die kunnen worden gebruikt voor prijsbepaling of die betrekking hebben op intrinsieke financiële risico’s waartegen dekking kan worden gezocht. Omdat in die context in andere leden de begripsbepaling van “swap” mede financiële transacties omvat (pp. 22 – 23), betekent dit dat het door Kalshi aangehaalde deel van de begripsbepaling ook bedoeld is om te verwijzen naar gebeurtenissen die naar hun aard rechtstreeks verband hebben met mogelijke financiële gevolgen.

De wet beoogt, vanwege de financiële crisis van 2008, met name de derivatenproblemen, marketstabiliteit te bevorderen door te voorzien in manieren voor transparante prijsinformatievergaring en dekking tegen financiële risico’s (p. 29). Het is niet de bedoeling om marktpartijen in staat te stellen om meer in het algemeen te peilen wat de kansen zijn van bepaalde gebeurtenissen die economisch niet belangrijk zijn.

In de omschrijving van het doel van de Wet Grondstoffenhandel legt de wetgever uit dat de wet was uitgevaardigd ter bescherming van het maatschappelijk belang door te voorzien in een middel waarmee prijsrisico’s kunnen worden beheerd en aanvaard, prijzen kunnen worden bepaald, of prijsinformatie kan worden gedeeld (p. 29). De overige begripsbepalingen van “swap” hebben vrijwel uitsluitend betrekking op financiële waarden, indices of instrumenten die kunnen worden gebruikt voor prijsbepaling of die betrekking hebben op intrinsieke financiële risico’s waartegen dekking kan worden gezocht, zoals rentetariefwijzigingen of verzuimpercentages, zoals bedoeld in de begripsbepaling (p. 28).

Het verband dat een gebeurteniscontract volgens de wet “met een mogelijk financieel, economisch of commercieel gevolg” moet hebben, moet volgens de appèlrechter (p. 16) wel inhoudelijk te maken hebben met een concreet financieel gevolg waarvoor begrijpelijkerwijs prijsbepaling en dekking tegen de financiële risico’s voor het plaatsvinden van de gebeurtenis wenselijk en nuttig zijn. In tegenstelling tot de contracten die zijn gebaseerd op financiële waarden of instrumenten (zoals rente- of koerswijzingen), hebben Kalshi’s sportgebeurteniscontracten slechts indirect economische gevolgen, vor zover die überhaupt al economische gevolgen kunnen hebben. Dat zijn dus volgens de rechter geen “swaps” in de zin van de wet, omdat die dat verband ontberen en uitsluitend hooguit indirecte economische nevengevolgen hebben. Bijvoorbeeld: wanneer een sportevenement wordt gehouden in een plaats, kunnen bijvoorbeeld horecabedrijven daar meer verkopen. Er is wel een verband maar te indirect. Deze sportgebeurteniscontracten hebben dus geen verband in de zin van de wet (p. 18) met mogelijke financiële, economische of commerciële gevolgen, zelfs indien zij later uiteindelijk wellicht daartoe zouden kunnen leiden. Voor het vereiste verband is vereist dat de sportgebeurtenis uit zijn aard een rechtstreeks verband heeft met een financieel gevolg, zodat redelijkerwijs te begrijpen is dat zulke contracten kunnen worden gebruikt voor de overdracht van financiële risico’s of vergaring van prijsinformatie waarmee marktstabiliteit kan worden bevorderd (p. 21).

De appèlrechter kiest (p. 18) voor deze enge uitleg, omdat daarmee ook onnodige risico’s op strafrechtelijke aansprakelijkheid worden beperkt. Omdat buitenbeurshandel in swaps verboden is, zou, zoals een andere appèlrechter uitlegt (p.26), een ieder die buitenbeurs een simpele gokt waagt, zich schuldig kunnen maken aan een misdrijf als de begripsbepaling op zijn meest extreme wijze zou worden uitgelegd. Kalshi betoogt (p. 27) dat weer een andere appèlrechter heeft bepaald dat de uitkomst van een sportgebeurtenis wel degelijk een verband kan hebben met een mogelijk financieel gevolg voor een brede groep belanghebbenden, zoals sponsors, reclamemakers, televisieomroepen en de plaatselijke en landelijke gemeenschap. De onderhavige appèlrechter acht deze gevolgen echter te indirect en speculatief om te voldoen aan de wettelijke begripsbepaling. Deze gevolgen zijn afhankelijk van indirecte acties en zijn niet het resultaat van het al dan niet plaatsvinden van de sportgebeurtenissen zelf. Evenmin zien Kalshi’s gebeurteniscontracten op het soort gebeurtenissen waarvan over het algemeen wordt begrepen dat die financiële dekking of prijsbepaling vergen. Belangrijker nog, Kalshi heeft in eerdere rechtszaken zelf erkend dat die sportgebeurteniscontracten niet enig inherent economisch belang noch enige daadwerkelijke economische waarde en evenmin economische risico’s hebben.

Op 2 september 2026 is een verzoek ingediend bij de cassatierechter om het cassatieberoep in behandeling te nemen en het meningsverschil tussen de appèlrechters te beslechten. Welke appèlrechter en welke uitleg van de wet de cassatierechter uiteindelijk zal volgen, zal waarschijnlijk niet al te lang meer duren. Een praktisch beleidsprobleem ontstaat als wordt bepaald dat deze gebeurteniscontracten geen swaps zijn. De toezichthouder is namelijk al lang druk bezig met allerlei regels voor de contracten die ervan uitgaan dat die swaps zijn. In het strafrecht gaat het Openbaar Ministerie er ook van uit dat gebeurteniscontracten swaps zijn. Dat alles terugdraaien is geen optie, omdat het een binaire optie is (alles of niets in elk rechtsgebied). Dus het is niet vreemd als de cassatierechter uiteindelijk in het belang van het beleid en de rechtseenheid op alle rechtsgebieden bepaalt dat gebeurteniscontracten swaps zijn.

Dat kan vreemd klinken. Vooral na lezing van de gedetailleerde wettekstanalyse in het arrest. Vooral ook vanwege de gebeurteniscontracten waarbij wordt gewed dat iemand een bepaald woord zal noemen dat totaal irrelevant is in de context en illegale afspraken over het noemen daarvan bevordert. Wat hebben die nog te maken met derivatenhandel? U mag het zeggen.

In Europa vindt ook de financiële toezichthouder van de Europese Unie (“E.U.”) dat met gebeurteniscontracten wel derivatenhandel wordt gedreven maar tegelijk ook wordt gegokt. Niet al die contracten zijn volgens deze toezichthouder afgeleide financiële instrumenten, alleen die contracten met een gebeurtenisvraag die betrekking heeft op de onderliggende financiële instrumenten als vermeld in Deel C, lid 4 tot en met 10, van Bijlage I van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten. Als derivaten zijn het binaire opties waarvoor in de E.U. een verbod geldt op reclame, verspreiding en verkoop aan particuliere beleggers.

Merk op dat daarbij geen enkele definitie wordt gebruikt. Sterker nog, in Nederland bestaat geen begripsbepaling van een swap of derivaat, in de E.U. alleen van een specifieke swap. De voorspellingsmarkten kunnen in de E.U. en Nederland dus niet zoals in Amerika met succes een beroep doen op een wettelijke begripsbepaling plus bijbehorende uitleg van de toezichthouder. In Nederlandse rechtszaken wordt een swap “een soort ruilcontract” genoemd, maar dat is te rudimentair. Er wordt slechts verwezen naar het genus ‘financieel instrument’. In Nederland zou volgens de Europese toezichthouder een gebeurteniscontract dat betrekking heeft op de onderliggende financiële instrumenten uit Richtlijn 2014/65/EU een financieel instrument en binaire optie kunnen zijn, waarvoor een verbod geldt, die tevens kwalificeert als kansspel, waarvoor een verbod geldt. Een begripsbepaling ontbreekt.

Voor zover gebeurteniscontracten binaire opties zijn, is er wel een relevante Nederlandse rechtszaak van 2015 over binaire opties en de bevoegdheidsverdeling tussen de financiële toezichthouder en kansspelautoriteit. Hoewel Nederlandse rechters niet zijn gebonden aan precedent, biedt de bestuursrechtelijke zaak wel inzicht in het standpunt van de betrokken autoriteiten inzake binaire opties en kansspelen en dus voorspellingsmarkten.

De financiële toezichthouder had geweigerd een vergunning te verlenen aan een bedrijf om binaire opties te verkopen, omdat zulks in strijd zou zijn met de kansspelwet. Het aanbieden van deze opties kwalificeert als het aanbieden van een kansspel waarvoor die wet een vergunning eist die het bedrijf niet had. De rechter bepaalde dat de toezichthouder met die aanvullende kansspelvergunningsvereiste “voor het verlenen van een vergunning” zijn wettelijke bevoegdheid had overschreden (¶ 3.5). Die toezichthouder komt niet de bevoegdheid toe om buiten het kader van de financiële wetgeving overtredingen vast te stellen en handhavend op te treden.

Maar de Nederlandse kansspelautoriteit zag volgens de uitspraak destijds ook niets in toezicht op binaire opties en financiële instrumenten. Binnen de autoriteit was geconstateerd dat de binaire opties tegelijk financieel instrument en kansspel waren en geconcludeerd dat voor die autoriteit “geen rol is weggelegd als toezichthouder op een dergelijk financieel product”.

Volgens diezelfde uitspraak voorziet voorts de financiële wetgeving van Nederland in bescherming van de kopers van financiële instrumenten die tevens kwalificeren als kansspel en wordt het beschermingsniveau (het verbod voor particuliere beleggers) toereikend geacht. De appèlrechter heeft die uitspraak bekrachtigd.

Hoewel in de Nederlandse uitspraak duidelijk de grenzen van de bevoegdheid van beide autoriteiten zijn gemarkeerd, bieden die grenzen echter geen mogelijkheid tot nabootsing van de Amerikaanse voordelen van exclusieve bevoegdheid van één voor de voorspellingsmarkten gunstige toezichthouder.

Om wellicht dezelfde exclusiviteit te krijgen, had eerst een vergunning moeten worden aangevraagd bij de financiële toezichthouder, zodat deze met uitsluiting van de kansspelautoriteit bevoegd zou zijn over de voorspellingsmarkten. Dat heeft Polymarket kennelijk niet gedaan. Het probleem was waarschijnlijk lancering zonder registratie bij enige autoriteit. Hierdoor hadden de autoriteiten de eerste zet, waardoor de voordelen van exclusieve bevoegdheid direct zijn geneutraliseerd of in elk geval vertraagd.

Maar vanwege het verbod op binaire opties voor particuliere beleggers — thans de grootste doelgroep en clientèle van de voorspellingsmarkten — zouden zij thans sowieso weinig hebben aan exclusieve bevoegdheid. Plus ontkennen dat gebeurteniscontracten binaire opties zijn, is vanwege hun erkenning daarvan in Amerika voor voorspellingsmarkten niet meer een optie. Dat de Nederlandse kansspelautoriteit, anders dan het geval was bij het bedrijf in de uitspraak, al wel een verbod en dwangsom heeft opgelegd aan Polymarket, maakt het allemaal nog moeilijker, want die kan de financiële toezichthouder gebruiken als rechtvaardigingsgrond voor weigering van een vergunning. Dus dat wordt flink lobbyen voor wetswijzigingen.

Veel dank voor uw bezoek. Bij Plus Ultra hechten wij veel waarde aan de kwaliteit van juridische vertalingen. Wij waarderen onze cliënten ten zeerste en delen graag onze juridische en vertaalkundige vakkennis met u. Veel dank voor de donaties en voor het delen van Plus Ultra met anderen voor wie dit nuttig kan zijn. Het is door uw steun dat Plus Ultra gratis een bijdrage kan leveren aan onze geliefde mensen met waardevolle meertalige hulp en juridische en taalkundige artikelen en ook nuttige toeristische informatie en beelden. Nogmaals hartelijk dank voor uw steun en wij hopen u snel weer te zien.

Plus Ultra Shark

Ontvang Plus Ultra’s nieuwsbrieven in het Nederlands.

Volg Plus Ultra op YouTube en TikTok om te genieten van onvergetelijke ervaringen en adembenemende plaatsen zoals u die hierboven ziet.

Meer informatie over Plus Ultra’s juridische, taalkundige en toeristische diensten in Colombia.

Benut Plus Ultra’s waardevolle juridische vertaaltips in het Engels en Spaans voor bij de Nederlandse notaris.

U zult zien dat onze naam, ideeën en publicaties worden gekopieerd of iets soortgelijks wordt gemaakt of geprobeerd. Plus Ultra herkent u aan de inhoud.

© Plus Ultra Juridische Vertalingen & Uitgeverij. Alle rechten voorbehouden.

Search | Buscar publicaciones

More publications | Más publicaciones