Plus Ultra Channel

Donations

+31641694933

info@plusultratranslations.com

Venezuela zonder precedent en President?

Plus Ultra | Strafrecht en strafprocesrecht | 12 januari 2026

“The enormous expansion of federal criminal jurisdiction outside our Nation’s boundaries has led one commentator to suggest that our country’s three largest exports are now “rock music, blue jeans, and United States law.””

United States v. Verdugo-Urquidez, 494 U.S. 259, 280 – 281 (1990)

Op 3 januari 2026 is — kort gezegd — Venezuela’s President Nicolás Maduro uit zijn bed gelicht. Midden in de nacht. Plotseling geen elektriciteit. Ontploffingen. Bommen. Flitsinval. President verdwenen. Alles duister, inclusief over wat er was gebeurd.

Blijkt dat hij door Amerikaanse militairen en opsporingsambtenaren is overgebracht naar New York en voorgeleid aan de rechter op grond van beschuldigingen van onder meer handel in verdovende middelen in combinatie met terrorisme.

Op 6 januari 2026 stond in een Nederlandse financiële krant dat deze Amerikaanse militaire actie “volledig zonder precedent” zou zijn. Echt? Of met ‘precedent’ wordt bedoeld dat zoiets nooit eerder is gebeurd of dat nooit eerder een Amerikaanse rechter uitspraak heeft gedaan over een soortgelijk geval, maakt niet uit want in beide betekenissen is die bewering incorrect.

Even snel tussendoor een kokosnoot pakken met heerlijk sap, terwijl we even de markten checken. Al nieuws over olie? Possiedikkie, zeg. Even Plus Ultra’s Muzieklijst aanzetten, hoor: Agüita ‘e coco – Los Fantasmas del Caribe. Wel zo verkwikkend. En daarna vrolijk verder fietsen op het strand. Wel zo Nederlands. Wel zo verfrissend.

Het precedent, zowel in de alledaagse als juridische betekenis van het woord, is juist datgene dat de weg gaat wijzen. Niet alleen van deze rechtszaak maar ook van deze justitiële, militaire en politieke actie en vooral ook van eventuele toekomstige acties elders. Daarom wordt het nu ook uitvoerig besproken in verband met de mogelijke verweren van Venezuela’s President en de waarschijnlijke uitkomst van de strafzaak.

In Amerikaans recht is precedent belangrijk, anders dan bijvoorbeeld in Nederland, waar stare decisis niet bestaat. Hoewel er wel zoiets is als vaste rechtspraak, is de rechter, bij gebreke van juryleden met andere perspectieven, onvoorspelbaar, met alle rechtsonzekerheid van dien. Er zijn te veel voorbeelden van uitspraken die, hoewel de wet duidelijk is, een “vreemde” uitkomst hebben, vooral als de overheid een procespartij is. “Je kunt wel gelijk hebben, maar je moet het ook nog krijgen”, is een Nederlandse gezegde dat zich moeilijk laat vertalen zonder kinds of kleinzielig te klinken. In Amerika, daarentegen, is precedent de regel, die geldt. Rechtszekerheid. Daar kun je nog eens op bouwen. Dat gaan we hier doen.

Dat precedent is in 2005 op inzichtelijke wijze door Venezuela’s vorige President Hugo Chávez in een interview uitgelegd als justitiële, militaire en politieke strategie. Je wordt als staatshoofd rechtstreeks als persoon formeel beschuldigd van handel in verdovende middelen (terrorisme was in die tijd nog niet zo’n probleem) en vervolgens wordt de opsporing, vervolging en berechting mogelijk gemaakt door militair ingrijpen.

Chávez verwees naar wat er was gebeurd met Manuel Noriega toen hij Panama’s legerleider was. De actie tegen Maduro is verlopen volgens dat model, Noriega’s justitiële, militaire en politieke precedent, dat bondig wordt omschreven in de processtukken en uitspraak in Noriega’s appèl.

Noriega zou op 15 december 1989 feitelijk de oorlog hebben verklaard tegen de V.S. Kort daarna trad het Amerikaanse leger in Panama op tegen Noriega, die zich zou hebben overgegeven. Hij werd ter berechting overgebracht naar Miami. Na zijn veroordeling voerde hij in appèl twee argumenten aan die ook relevant zijn voor Maduro.

Primair voerde hij zowel voor de feiten- als appèlrechter aan dat hij als staatshoofd onschendbaar zou zijn en de Amerikaanse rechter dus geen rechtsmacht over hem mocht uitoefenen. Hij insisteerde dat, omdat hij feitelijk Panama’s leider was, hij zich kon beroepen op onschendbaarheid als staatshoofd (in internationaal recht “immuniteit ratione personae” genoemd). De feitenrechter had zijn beroep op onschendbaarheid afgewezen, omdat de Amerikaanse regering nimmer Noriega had erkend als Panama’s rechtmatige, constitutionele staatshoofd.

In de vele jarenlange rechtszaken (D.C., Delaware en N.Y.) over investeringsgeschillen, inbeslagneming en executie van vele miljarden dollars van Venezuela’s vermogensbestanddelen, wordt Maduro evenmin als staatshoofd erkend.

Over die investeerders gesproken, zijn die blij? Wel, op 9 januari 2026 — nog geen week na zijn aanhouding — is bij Presidentieel Besluit ingevolge onder meer de Wet economische bevoegdheden voor internationale noodtoestanden en de Wet nationale noodtoestanden bepaald dat crediteuren noch rechters beslag kunnen leggen op de verkoopopbrengsten van Venezolaanse olie die op Amerikaanse overheidsrekeningen worden aangehouden.

Terug naar de appèlrechter. Die legt aan de hand van de jurisprudentie uit wat in het Amerikaanse recht de plaats is van het leerstuk van onschendbaarheid van staatshoofden. Belangrijk is de overweging dat in de ontwikkeling van dat leerstuk de gerechten zich consequent hebben laten leiden door de besluiten van de politieke machten — vooral die van de uitvoerende macht — bij de vraag of zij rechtsmacht mochten uitoefenen over acties tegen andere soevereine staten en hun organen.

Hoewel in 1976 wel de Wet onschendbaarheid van soevereine staten in den vreemde was ingevoerd, werd daarin niets bepaald over de onschendbaarheid van buitenlandse staatshoofden. Daarom moet de appèlrechter terugvallen op de regels en procedures uit de jurisprudentie en zich dus laten leiden door de aanwijzingen van de uitvoerende macht inzake Noriega’s beroep op onschendbaarheid.

De appèlrechter legt uit dat de uitvoerende macht niet slechts heeft nagelaten om een standpunt in te nemen inzake Noriega’s beroep op onschendbaarheid als staatshoofd. Integendeel, door Noriega’s gevangenneming en vervolging heeft de uitvoerende macht, volgens de appèlrechter, juist duidelijk uiting gegeven aan zijn standpunt dat Noriega geen beroep op onschendbaarheid als staatshoofd toekomt. Noriega had in zijn appèl geen rechtsgrond aangevoerd op grond waarvan de appèlrechter onder deze omstandigheden zijn onschendbaarheid als staatshoofd had kunnen vaststellen. Nu voorts uit het dossier blijkt dat Noriega nimmer Panama’s rechtmatige leider is geweest, dat Panama geen beroep op Noriega’s onschendbaarheid heeft gedaan en dat de ten laste gelegde feiten verband houden met zijn eigen nastreven van persoonlijke gewin, zou dat beroep waarschijnlijk niet standhouden, zelfs niet indien de appèlrechter zelf onafhankelijk zou moeten vaststellen of hem in casu een beroep op onschendbaarheid zou toekomen. Immers, uit de jurisprudentie valt op te maken dat onschendbaarheid niet toekomt aan een voormalig staatshoofd voor gedragingen die privé of strafbaar zijn. Derhalve wordt de afwijzing van de feitenrechter door de appèlrechter bekrachtigd.

Subsidiair voert Noriega argumenten aan tegen de manier waarop hij naar de V.S. is gebracht, die Maduro ook zou kunnen aanvoeren. Ten eerste betoogt hij dat zijn ontvoering in strijd is met het uitleveringsverdrag. De appèlrechter wijst op jurisprudentie van de Amerikaanse Hoge Raad waarin de rechtsvraag aan de orde was of een verdachte die naar de V.S. is ontvoerd uit een land waarmee de V.S. een uitleveringsverdrag heeft, bij de rechter de ontvoering als verweer kan aanvoeren, zodat de Amerikaanse rechter geen rechtsmacht over hem mag uitoefenen. Volgens de Hoge Raad kan hij dat niet als verweer gebruiken en kan hij worden berecht voor overtredingen van Amerikaans strafrecht.

De Hoge Raad boog zich in die zaak over de rechtsvraag of het uitleveringsverdrag (met Mexico) in dat geval uitdrukkelijk ontvoeringen verbood. De Hoge Raad stelde vast dat de verdragsbepaling waarin wordt bepaald dat “geen der verdragspartijen gehouden is haar eigen staatsburgers over te dragen”, niet bepaalt dat er uitsluitend één manier is waarop een staat een burger van de andere staat in hechtenis kan nemen ter fine van vervolging. Volgens de Hoge Raad is door de V.S. niet stilzwijgend in het verdrag overeengekomen dat Amerika hechtenis uitsluitend via uitlevering zou bewerkstelligen.

Precies zoals het uitleveringsverdrag met Panama vrijwel hetzelfde luidde als het verdrag met Mexico, zo ook het uitleveringsverdrag met Venezuela. Dus volgens de jurisprudentie kan de verdachte ontvoering niet als verweer gebruiken.

Noriega voert in appèl aan dat Amerika had moeten weten dat Panama’s grondwet een verbod bevatte op uitlevering van zijn staatsburgers. Volgens de appèlrechter stelt een dergelijk verbod louter de V.S. in kennis van de obstakels bij een uitleveringsverzoek aan Panama. Dat verbod zegt echter niets over het recht der verdragspartijen om te kiezen tussen eigenhandig optreden (ontvoering) of rechtsprocedures (uitlevering).

Volgens de jurisprudentie moet voor een beroep op een uitleveringsverdrag worden aangetoond aan de hand van de uitdrukkelijke tekst van het verdrag en/of de daaruit voortvloeiende vaste gewoonte dat de V.S. daadwerkelijk is overeengekomen geen burgers uit het gebied van de andere verdragspartij te halen. Dat heeft Noriega niet aangetoond. Omdat het uitleveringsverdrag met Venezuela hetzelfde luidt, geldt voor Maduro hetzelfde.

Ten tweede klaagt hij over de wijze waarop hij is overgebracht: door een militaire invasie. Deze manier zou zo onoorbaar zijn geweest dat daarmee zijn recht op een behoorlijk proces zou zijn geschonden. Dit rechtsmiddel faalt. De feitenrechter had geconcludeerd dat deze wijze niet zo schokkend was dat daarmee zijn rechten op een behoorlijk proces waren geschonden. De appèlrechter wijst op vaste rechtspraak waarin wordt bepaald dat de verdachte niet kan ontkomen aan berechting vanwege de onrechtmatige wijze waarop hij voor de rechter is gebracht. Meerdere arresten bepalen specifiek dat ontvoering uit het buitenland ter fine van berechting in Amerika geen belemmering vormt voor uitoefening van rechtsmacht door de Amerikaanse strafrechter. Noriega heeft volgens de appèlrechter niet gesteld dat hij persoonlijk was mishandeld door de Amerikaanse overheid. Evenmin kan de grondwettelijke vereiste van een behoorlijk proces voor de verdachte worden toegepast op Panamese derden die vanwege het militaire ingrijpen nadeel hadden ondervonden tijdens de ontvoering van de verdachte.

Militaire bijstand bij opsporingsactiviteiten is geen discussie. Volgens beleidsadvies van 1971 van de Afdeling Juridische Zaken van het Amerikaanse Ministerie van Justitie heeft de President uit hoofde van zijn ambt de grondwettelijke bevoegdheid tot inzet van het leger om ervoor te zorgen dat federale ambtenaren hun overheidstaken kunnen uitvoeren.

Internationaal recht is voor het Amerikaanse recht geen discussie. Op last van de President of Minister van Justitie kunnen Amerikaanse opsporingsinstanties hun wettelijke opsporingsbevoegdheid aanwenden ter uitvoering van onderzoek en aanhouding van degenen die de Amerikaanse wet hebben overtreden, zelfs indien daarbij de handelingen van de opsporingsinstanties in strijd zijn met het internationaal gewoonterecht. De President heeft uit hoofde van zijn ambt de grondwettelijke bevoegdheid om door tussenkomst van de Minister van Justitie de opsporingsinstanties te gelasten onderzoek en aanhouding te verrichten ten aanzien van degenen die de Amerikaanse wet hebben overtreden, zelfs indien dergelijke acties in strijd zijn met internationaal gewoonterecht. Grensoverschrijdende opsporingsactiviteiten die volgens Amerikaans recht zijn toegestaan, zijn niet verboden, zelfs niet indien die in strijd zijn met verdragen of verdragsbepalingen die niet zijn geratificeerd, zoals artikel 2, lid 4, van het Handvest van de Verenigde Naties. Een aanhouding die in strijd is met internationaal of vreemd recht, is niet in strijd met het grondwettelijke vereiste van een behoorlijk proces.

Aldus het beleidsstuk van 1989 van William Barr (voormalige Minister van Justitie van kabinet Trump I, destijds Hoofd) van de Afdeling Juridische Zaken van het Amerikaanse Ministerie van Justitie. Dit beleidsstuk is de jure een beleidsadvies en bepaalt de facto het beleid voor het Ministerie en alle daaronder ressorterende instanties. Het bepaalt dus dat opsporingsinstanties in de uitoefening van hun wettelijke opsporingsbevoegdheden op internationaal niveau bevoegd zijn om het internationaal recht buiten toepassing te laten.

Dit beleidsstuk vervangt eerder beleidsadvies van dezelfde instantie uit 1980. Daarin werd bepaald dat opsporingsinstanties zich juist wel moesten houden aan het internationaal recht bij aanhoudingen en ontvoeringen in het buitenland, omdat opsporingsinstanties niet wettelijk bevoegd waren opsporingstaken in het buitenland te verrichten die in strijd zijn met het internationaal gewoonterecht.

In het advies van 1980 werd het internationaal gewoonterecht aldus uitgelegd dat het een inbreuk op de soevereiniteit van een land zou vormen, wanneer een land opsporingsactiviteiten zou uitvoeren in een ander land zonder toestemming van dat land. Internationaal gewoonterecht zou een beperking vormen op de reikwijdte van de wettelijke opsporingsbevoegdheid van de Amerikaanse opsporingsinstanties op internationaal niveau.

In het advies van 1980 werd geconcludeerd dat de opsporingswetgeving aanhouding in het buitenland uitsluitend toestond voor zover de aanhouding was toegestaan door het gastland. Volgens dit advies worden Amerika’s bevoegdheden in het buitenland beperkt door de soevereiniteit van andere landen. Er wordt echter niet uitgelegd wat de rechtsgrond is voor deze bevoegdheidsbeperking. Het lijkt te suggereren dat internationaal gewoonterecht absolute beperkingen bevat voor de wetgevingsbevoegdheid van de V.S., aldus de analyse uit het advies van 1989.

De bezwaren in het beleidsadvies van 1989 tegen dat van 1980 zijn, samengevat, dat de opsporingsdiensten hierdoor niet naar behoren hun taken kunnen uitvoeren en dat het in strijd is met de nationale belangen.

De beperkingen van internationaal recht toepassen op Amerikaanse opsporing zou ertoe kunnen leiden dat Amerika niet alleen verdachten in het buitenland niet meer kan aanhouden, maar ook dat het land niet meer algemene, routinematige opsporingstaken kan uitoefenen. Formele toestemming kan niet altijd worden verkregen van het desbetreffende land. Sterker nog, vaak zou alleen al het verzoek om toestemming zowel het opsporingsonderzoek als de ambtenaren in gevaar kunnen brengen.

Volgens het beleidsadvies van 1989 ziet de nationale veiligheid van Amerika steeds ernstigere dreigingen van zowel internationale terroristen als van drugshandelaars die handelen vanuit schuilplaatsen in het buitenland. Sommige buitenlandse autoriteiten zouden geen doeltreffende maatregelen hebben genomen om de V.S. hiertegen te beschermen en sommige buitenlandse overheden zijn volgens het advies van 1989 feitelijk zelfs medeplichtig.

Derhalve is grensoverschrijdende handhaving van Amerikaanse wetgeving steeds belangrijker geworden, wil Amerika de eigen vitale nationale belangen kunnen beschermen. Aldus het Ministerie. Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, is internationaal recht dus iets dat moet worden gehandhaafd door de Verenigde Niets.

Nu de voorvragen over rechtsmacht en behoorlijk proces uit de weg zijn, gaat het voor Maduro vooral om de kracht van de beschuldigingen en het bewijs. Maar er kan van alles gebeuren vanwege al het geld.

Hoewel Nederland en België niet ‘s werelds grootste oliereserves hebben noch enorme schatten aan mineralen en grondstoffen, veroorzaken zij wel grensoverschrijdende problemen met verdovende middelen die bijvoorbeeld Amerika rechtstreeks raken. Kan daarvan een politiek wapen worden gemaakt en bovenstaand model worden toegepast? Kijkend naar de omvang van de militaire macht van beide landen, zelfs gecombineerd, is actie, inclusief flitsaanval, volgens bovenstaand model dan onmogelijk? Zou nooit gebeuren, toch? Toch?

Veel dank voor uw bezoek. Bij Plus Ultra hechten wij veel waarde aan de kwaliteit van juridische vertalingen. Wij waarderen onze cliënten ten zeerste en delen graag onze juridische en vertaalkundige vakkennis met u. Veel dank voor de donaties en voor het delen van Plus Ultra met anderen voor wie dit nuttig kan zijn. Het is door uw steun dat Plus Ultra gratis een bijdrage kan leveren aan onze geliefde mensen met waardevolle meertalige hulp en juridische en taalkundige artikelen en ook nuttige toeristische informatie en beelden. Nogmaals hartelijk dank voor uw steun en wij hopen u snel weer te zien.

Plus Ultra Cartagena

Ontvang Plus Ultra’s nieuwsbrieven in het Nederlands.

Volg Plus Ultra op YouTube en TikTok om te genieten van onvergetelijke ervaringen en adembenemende plaatsen zoals u die hierboven ziet.

Meer informatie over Plus Ultra’s juridische, taalkundige en toeristische diensten in Colombia.

Benut Plus Ultra’s waardevolle juridische vertaaltips in het Engels en Spaans voor bij de Nederlandse notaris.

U zult zien dat onze naam, ideeën en publicaties worden gekopieerd of iets soortgelijks wordt gemaakt of geprobeerd. Plus Ultra herkent u aan de inhoud.

© Plus Ultra Juridische Vertalingen & Uitgeverij. Alle rechten voorbehouden.

Search | Buscar publicaciones

Más publicaciones | Meer publicaties