Plus Ultra Channel

Donations

+31641694933

info@plusultratranslations.com

Kunstmatig verschoningsrecht is gekunsteld

“[T]he implications of [artificial intelligence] for the law are only beginning to be explored.”

Hon. J.S. Rakoff, U.S.D.J., February 17, 2026

Plus Ultra | Kunstmatige intelligentie ontmoet financieel strafrecht

Een effectenrechtelijke oplichtingszaak. Met valsheid in geschrifte en valse verklaringen aan accountants zou de algemeen-directeur van het beursgenoteerde bedrijf waar hij werkt, geld hebben weggesluisd naar twee besloten vennootschappen van hem. Beleggers zou hij voor meer dan USD 150 miljoen hebben opgelicht met valse verklaringen over deze transacties met zijn vennootschappen waarmee hij zichzelf verrijkte. Ook zou hij het bestuursrechtelijk onderzoek hebben belemmerd. Na zijn aftreden leidt het faillissement van het beursgenoteerde bedrijf volgens het Amerikaanse Openbaar Ministerie (“O.M.”) tot verliezen van meer dan USD 1 miljard voor particuliere beleggers, obligatiehouders. Meer achtergronddetails zijn nu niet nodig, behalve één: kunstmatige intelligentie.

De tenlastelegging wordt op 4 november 2025 uitgebracht. De volgende dag volgt zijn aanhouding, doorzoeking van zijn woning en inbeslagneming van allerlei documenten en elektronische apparaten. Daaronder zaten circa 31 stukken met daarin communicatie tussen verdachte en een platform van generatieve kunstmatige intelligentie (“platform”) dat wordt beheerd door een besloten vennootschap.

Volgens zijn advocaat bevatten de stukken de communicatie die tussen verdachte en het platform plaatsvond nadat hij een vordering gegevensverstrekking had ontvangen en nadat het duidelijk was uit gesprekken met het O.M. dat hij het doelwit was van het onderzoek. Zonder enig daartoe strekkend advies van zijn advocaat begon verdachte stukken op te stellen waarin hij de verdedigingsstrategie uiteenzette, inclusief wat hij zou kunnen aanvoeren ten aanzien van de feiten, wet en eventuele beschuldigingen. Volgens zijn advocaat was verdachte die stukken aan het maken ter voorbereiding van een mogelijke strafzaak.

Tijdens de gesprekken met het O.M. doet zijn advocaat ten aanzien van die stukken een beroep op het verschoningsrecht dat beschermt tegen inzage door derden, inclusief autoriteiten. Hiertoe stelt hij dat verdachte in het platform informatie had ingevoerd die hij onder meer van zijn advocaat had ontvangen, genoemde stukken had gemaakt ter bespreking met zijn advocaat om juridisch advies te krijgen en vervolgens de inhoud van de stukken heeft gedeeld met zijn advocaat. De advocaat erkent ter zitting evenwel dat hij verdachte niet de opdracht had gegeven om zoekopdrachten op het platform uit te voeren.

Het O.M. vindt dat hem geen beroep op het verschoningsrecht toekomt en spreekt met de advocaat af dat het de stukken apart zal houden en niet zal inkijken, totdat de rechter beslist over het beroep op het verschoningsrecht.

Deze strafrechtelijke uitspraak van 17 februari 2026 is in Amerika de eerste over kunstmatige intelligentie. Tot nu toe gingen de meeste gepubliceerde uitspraken inzake generatieve kunstmatige intelligentie over het misbruik daarvan door advocaten. Deze rechterlijke uitspraak gaat over het verband tussen het gebruik van kunstmatige intelligentie en het verschoningsrecht dat geldt tussen advocaat en cliënt en dat geldt voor het werkmateriaal van een advocaat. De nog niet eerder beantwoorde rechtsvraag (zeg maar, het juridische punt van debat van de specifieke rechtszaak) wordt in de toekomst vast ook in uw rechtsgebied gesteld overeenkomstig de eigen regels en luidt als volgt. Wanneer een gebruiker communiceert met een openbaar toegankelijk platform van kunstmatige intelligentie in verband met een lopend strafrechtelijk onderzoek, wordt die communicatie dan beschermd door het verschoningsrecht dat geldt tussen advocaat en cliënt of dat geldt voor het werkmateriaal van een advocaat? Nee, antwoordt de New Yorkse strafrechter in eerste aanleg.

Het is vaste Amerikaanse rechtspraak dat het verschoningsrecht van advocaat en cliënt betrekking heeft op, en beschermt tegen openbaarmaking van, communicatie (1) tussen cliënt en advocaat (2) waarvan het de bedoeling is dat die geheim wordt en ook is gehouden (3) ter verkrijging of verstrekking van juridisch advies. Aan het verschoningsrecht wordt door de Amerikaanse rechters een enge uitleg gegeven, omdat het een uitzondering is op de regel dat alle relevante bewijsstukken essentieel zijn voor een volledig procesdossier en voor het vertrouwen in een eerlijke rechtspleging.

Volgens de rechter zijn de gewraakte stukken niet verschoningsgerechtigd.

Ten eerste, de gewraakte stukken zijn geen communicatie tussen cliënt (verdachte) en zijn advocaat. Verdachte stelt niet en kan niet stellen dat het platform een advocaat is. Volgens jurisprudentie van 2025 wordt bij gebreke van een relatie tussen advocaat en cliënt de bespreking van juridische kwesties tussen twee personen die geen advocaat zijn, niet beschermd door het verschoningsrecht van advocaat en cliënt. Omdat het platform geen advocaat is, kan alleen al daarmee het beroep op het verschoningsrecht worden afgewezen.

De rechter merkt nog op dat sommige rechtsgeleerden stellen dat het irrelevant is of het platform een advocaat is, omdat datgene wat de gebruiker invoert, niet communicatie is, maar meer lijkt op het gebruik van andere software die via het internet kan worden gebruikt, zoals bepaalde tekstverwerkingsprogramma’s. Het gebruik van dergelijke software is echter niet per definitie verschoningsgerechtigd. Het argument dat het platform net als andere software is, ondermijnt juist een beroep op het verschoningsrecht. Voor het verschoningsrecht van de advocaat en zijn cliënt moet volgens de jurisprudentie immers onder meer een menselijke vertrouwensrelatie bestaan tussen een cliënt en een bevoegde beroepsbeoefenaar met tuchtrechtelijke plichten en verantwoordelijkheden jegens zijn cliënt. Die bestaat niet en kan niet bestaan tussen een gebruiker van kunstmatige intelligentie en een platform daarvan.

Ten tweede, de in de stukken vastgelegde communicatie was niet vertrouwelijk. Dit is niet alleen zo omdat verdachte communiceerde met een derde, het platform, maar ook vanwege het schriftelijk persoonsgegevensbeleid van het bedrijf waarmee gebruikers akkoord gaan. Dat bepaalt dat het bedrijf gegevens verzamelt over zowel wat gebruikers invoeren in het platform als wat eruit komt, dat het bedrijf die gegevens gebruikt om het platform te “onderwijzen” en dat het bedrijf het recht voorbehoud om die gegevens te delen met allerlei derden, inclusief overheidsinstanties. Het beleid wijst gebruikers van het platform erop dat het bedrijf, zelfs zonder een vordering van de autoriteiten daartoe, de persoonsgegevens met derden kan delen in verband met onder meer klachten, geschillen en rechtszaken.

De persoonlijke levenssfeer van gebruikers van kunstmatige intelligentie strekt zich volgens de jurisprudentie niet uit tot gesprekken met een openbaar platform die zij vrijwillig aangaan en die het platform bedrijfsmatig bewaart. Dus verdachte kon redelijkerwijs niet verwachten dat zijn communicatie met het platform vertrouwelijk was. De gewraakte stukken zijn voorts niet vertrouwelijke notities die een cliënt schrijft om die te delen met een advocaat, want verdachte heeft die eerst gedeeld met een derde, het platform.

Ter zitting voert de advocaat nog aan dat de gewraakte stukken verschoningsgerechtigd kunnen zijn, omdat daarin informatie is opgenomen die de advocaat aan verdachte had gegeven in de loop van de vertegenwoordiging. Maar zelfs indien bepaalde door de verdachte in het platform ingevoerde informatie verschoningsgerechtigd was, dan nog heeft hij afstand gedaan van het verschoningsrecht door die informatie te delen met zowel het bedrijf dat het platform beheert als het platform zelf. Voorts kon verdachte vanwege het persoonsgegevensbeleid redelijkerwijs niet verwachten dat datgene wat hij invoerde, niet zou worden gedeeld met andere derden.

Ten derde, verdachte communiceerde niet met het platform om juridisch advies te krijgen. Hoewel zijn advocaat stelt dat verdachtes communicatie met het platform juist uitdrukkelijk was bedoeld om met een advocaat te spreken, erkent zijn advocaat ook dat verdachte zulks niet deed op suggestie of instructie van zijn advocaat. Was dat wel zo geweest, dan zou het platform wellicht meer kans bieden op bescherming van het verschoningsrecht, omdat het dan in opdracht van de advocaat zou hebben gewerkt. Maar omdat verdachte eigener beweging daarmee communiceerde, geldt dat voor het verschoningsrecht van belang is of het verdachtes bedoeling was om juridisch advies te krijgen van het platform, niet of hij nadien de resultaten uit het platform heeft gedeeld met zijn advocaat. Het platform zelf meldt dat het geen juridisch advies geeft. Immers, toen het O.M. vroeg of het platform juridisch advies kon geven, antwoordde het: “Ik ben geen advocaat en kan formeel geen juridisch advies of aanbevelingen geven”. Het raadde vervolgens de gebruiker aan “om een bevoegde advocaat te raadplegen die zijn specifieke geval kan beoordelen”.

Derhalve gold geen verschoningsrecht voor de communicatie tussen verdachte en het platform op het moment dat die plaatsvond. Zelfs al zou het verdachtes bedoeling zijn geweest om die communicatie te delen met zijn advocaat, dan nog geldt dat de wet duidelijk bepaalt dat communicatie die niet verschoningsgerechtigd is, niet op de één of andere wonderbaarlijke wijze kan veranderen in verschoningsgerechtigde communicatie zodra die wordt gedeeld met de advocaat. Omdat de stukken in verdachtes handen niet verschoningsgerechtigd waren, werd dit niet anders toen hij die overhandigde aan zijn advocaat.

Ten slotte beoordeelt de rechter het beroep op het verschoningsrecht op grond van het leerstuk inzake het werkmateriaal van de advocaat. Dit beschermt het denkwerk van de advocaat door bescherming te bieden voor zijn onderzoek en voorbereiding van de zaak van zijn cliënt. Het betreft de materialen die worden voorbereid door of op last van de advocaat ter voorbereiding van rechtszaken. Ook dit leerstuk kent een enge uitleg. Zo geldt het verschoningsrecht niet voor stukken die wel in het bezit zijn van een advocaat, maar niet door of namens deze zijn opgesteld.

De gewraakte stukken verdienen volgens het leerstuk inzake het werkmateriaal van de advocaat geen bescherming, omdat die, zelfs ervan uitgaande dat die zijn opgesteld ter voorbereiding van een rechtszaak, niet zijn opgesteld door of namens een advocaat noch blijk geven van een verdedigingsstrategie van de advocaat. Verdachtes advocaat heeft bevestigd dat de gewraakte stukken waren opgesteld door verdachte uit eigen beweging. Dit houdt in dat verdachte niet optrad namens zijn advocaat toen hij communiceerde met het platform. Voorts heeft zijn advocaat bevestigd dat, hoewel de gewraakte stukken wel nadien invloed hebben gehad op de verdedigingsstrategie van de advocaat, deze stukken niet een weergave waren van de verdedigingsstrategie van de advocaat toen verdachte die opstelde.

De rechter bepaalt dat het onbetwist is dat verdachte handelde uit eigen beweging toen hij de gewraakte stukken maakte. Omdat de stukken niet zijn opgesteld namens zijn advocaat en niet een weergave waren van de verdedigingsstrategie van de advocaat, zijn die niet verschoningsgerechtigd als werkmateriaal van de advocaat.

Hoewel kunstmatige intelligentie iets nieuws is, betekent dat volgens de rechter niet dat het gebruik daarvan ontkomt aan oude, bestendige rechtsregels, zoals die inzake het verschoningsrecht van advocaat en cliënt en inzake het werkmateriaal van de advocaat. Omdat verdachtes gebruik van kunstmatige intelligentie niet voldoet aan die regels, verdienen de gewraakte stukken niet de bescherming van het verschoningsrecht waarop hij een beroep heeft gedaan. Het O.M. mag de stukken dus gebruiken als bewijs.

“Generative artificial intelligence presents a new frontier in the ongoing dialogue between technology and the law. Time will tell whether, as in the case of other technological advances, generative artificial intelligence will fulfill its promise to revolutionize the way we process information. But AI’s novelty does not mean that its use is not subject to longstanding legal principles, such as those governing the attorney-client privilege and the work product doctrine.”

Hon. J.S. Rakoff, U.S.D.J., February 17, 2026

Plus Ultra Cocora

Bij Plus Ultra hechten wij veel waarde aan de kwaliteit van juridische vertalingen. Wij waarderen onze cliënten ten zeerste en delen graag onze juridische en vertaalkundige vakkennis met u.

Veel dank voor de donaties en voor het delen van Plus Ultra met anderen voor wie dit nuttig kan zijn.

Hier kunt u zich gratis inschrijven voor Plus Ultra’s nieuwsberichten.

Neem een gratis abonnement op Plus Ultra’s YouTube voor adembenemende plaatsen en onvergetelijke ervaringen.

U zult zien dat onze naam, ideeën en publicaties worden gekopieerd of iets soortgelijks wordt gemaakt of geprobeerd. Plus Ultra herkent u aan de inhoud.

© Alle rechten voorbehouden. Plus Ultra Juridische Vertalingen, Wetgeving & Uitgeverij.

Buscar en publicaciones

Más publicaciones

Plus Ultra Supreme Court
Kunstmatige cassatiecatastrofe: is kunstmatige intelligentie wel zo verstandig?

Kunstmatige cassatiecatastrofe: is kunstmatige intelligentie wel zo verstandig?

De eerste Amerikaanse uitspraak in cassatie over misbruik van kunstmatige intelligentie en de tuchtrechtelijke sancties tegen de advocaat. De advocaat moet alle kosten vergoeden aan de tegenpartij ad USD 17.200. Ook moet hij de kosten in cassatie aan het gerecht betalen, en wel maal 2. Het is hem verboden om zelf verder nog enig ander stuk in te dienen bij de cassatierechter. Ook volgt verwijzing naar de Orde van Advocaten voor eventuele disciplinaire maatregelen. Het gerecht verleent hem verlof tot de verzochte onttrekking en voegt daaraan toe dat als hij dat niet zelf had verzocht, het hem zou hebben gewraakt, zodat hij niet meer in deze zaak zou mogen optreden.

Leer más