Plus Ultra | Bancair bestuurs- en strafrecht | 11 mei 2026
Op een vrijdag in oktober 2024 ontvangen de rekeninghouders in een klein Amerikaans dorp van minder dan 3000 inwoners het nieuws dat een toezichthouder is aangesteld als bewindvoerder van hun bank en deze is overgenomen door een andere bank. Op maandag opent het oude bankkantoor met een nieuw naambord. Niet veel was bekend. Wel was bekend dat dit niet zomaar een ondergang was.
Het persbericht van de bancaire toezichthouder was kort. De bank had volgens de laatste stukken een vermogen van circa USD 108 miljoen. Uit inspectie en onderzoek door de toezichthouder bleek dat de bank valse administratie en informatie had die erop leken te wijzen dat het bankkapitaal op bedrieglijke wijze was weggesluisd. Ook had de toezichthouder vastgesteld dat de bank niet in staat was om bankactiviteiten op de vereiste wijze uit te voeren. De activa van de bank waren niet genoeg om te voldoen aan haar verplichtingen jegens schuldeisers en anderen. Gezien deze onregelmatigheden verwees de toezichthouder de zaak naar het Openbaar Ministerie (“O.M.”).
Sommige deskundigen zeiden dat dit geval het eerste voorbeeld zou worden van een nieuw model waarbij de rekeninghouders, niet de overheid, een financiële instelling van de ondergang moesten redden. Dus een intern gefinancierde reddingsactie in tegenstelling tot de tot dan toe door de overheid gefinancierde reddingsacties ter voorkoming van de ondergang van financiële instellingen.
Externe reddingsacties zagen we in de financiële crisis van 2008 en in 2023 bij Signature Bank en Silicon Valley Bank. Door bezorgde sociale mediaberichten geschokte rekeninghouders hadden in een stormloop van slechts 2 dagen circa USD 42 miljard opgenomen en Silicon Valley Bank de afgrond in gestampt. De overheid bood de rekeninghouders redding door volledige dekking te bieden van alle tegoeden die zij aanhielden bij de banken, ongeacht de depositogarantielimiet. De stormloop en het faillissement van die banken leidde daarna in 1 mei 2023 tot dezelfde gevolgen bij First Republic Bank: in een stormloop in maart 2023 namen rekeninghouders USD 100 miljard op. De kort daarvoor door andere banken geleverde noodsteun (USD 30 miljard) was tevergeefs gebleken voor de wankelende bank. De overheid leidde de afwikkeling van het faillissement en overname door een megabank die bescherming zou bieden van alle tegoeden die de rekeninghouders aanhielden bij de bank.
In Nederland werden deze acties ‘kapitaalinjecties’ genoemd. Een betere omschrijving heeft echter de voorkeur, omdat een injectie klein is (hoewel die voor Nederland groot kan lijken) en niet duidelijk is wie die precies geeft. Daarnaast is ‘injectie’ een mindere omschrijving, omdat die een vertekend beeld geeft van de uiterste noodsituatie en rampzalige gevolgen daarvan. Zeggen dat First Republic Bank een kapitaalinjectie van USD 30 miljard kreeg, is dusdanig zacht uitgedrukt dat het klinkt alsof de aan de rand van de afgrond wankelende bank even een prikje voor de verkoudheid kreeg om vrolijk verder te kunnen springen van bankplezier. De door de overheid geleide overname bij faillissement van deze bank is geen ‘kapitaalinjectie’ maar een reddingsactie.
Terug naar het dorp en faillissement van de aldaar in 1902 opgerichte bank. Bij deze bank zou de reddingsactie volgens sociale media in 2024 niet extern maar intern worden gefinancierd, dus door de rekeninghouders. Dit zou het eerste geval kunnen worden van intern gefinancierde reddingsacties dat als model zou kunnen gaan dienen voor banken in noodsituaties. Dit was uiteindelijk deels waar. Men was het oneens met de overheidsbejegening van de megabanken van Walstraat, enerzijds, die de overheid koste wat het kost redt, en de kleine banken van Dorpsstraat, anderzijds, die de overheid laat overlijden. Uiteindelijk blijkt de situatie genuanceerder te zijn.
Volgens de bewindvoerder hadden de rekeninghouders ten tijde van het faillissement in totaal USD 97,5 miljoen op hun rekening staan. Circa USD 7,1 miljoen daarvan werd niet gedekt door de depositogarantie. Dat bedrag zou waarschijnlijk nog veranderen naarmate de bewindvoerder aanvullende informatie zou ontvangen van rekeninghouders.
De rekeninghouders die die vrijdag meer dan de depositogarantielimiet op hun rekening hadden, moesten contact opnemen met de bewindvoerder. Op maandag konden zij op basis van de depositogarantie 50% van hun ongedekte saldo vergoed krijgen bij de overnemende bank. Dat percentage kon hoger worden afhankelijk van de mate waarin de bewindvoerder de activa van de gefailleerde bank kon verkopen. De voorlopige schatting van de bewindvoerder ten tijde van het eerste persbericht van 18 oktober 2024 was dat de ondergang van deze dorpsbank circa USD 43 miljoen kostte voor het depositogarantiefonds.
Ongeveer dezelfde procedure is gevolgd op 1 mei 2026 bij de sluiting van een andere kleine bank met een vermogen van USD 288 miljoen en totaalsaldo op alle rekeningen ad USD 268 miljoen. Circa USD 27 miljoen daarvan wordt niet gedekt door de depositogarantie. Dat bedrag kan nog veranderen naarmate de bewindvoerder meer informatie ontvangt. Bij het faillissement van deze bank krijgen de rekeninghouders met ongedekte banktegoeden niet hun geld van de nieuwe bank, maar kan de toezichthouder betalingen aan hen doen op een latere datum. Dit is afhankelijk van de mate waarin de bewindvoerder de activa van de gefailleerde bank kan verkopen. Hierover zal de bewindvoerder nog informatie verstrekken aan de betrokken rekeninghouders.
Deze vorm van gedeeltelijke betalingen van buiten de depositogarantie vallende banktegoeden werd ook op 27 juni 2025 gedaan bij een andere kleine bank met een vermogen van USD 63,8 miljoen en totaalsaldo op alle rekeningen van USD 53,8 miljoen. Circa USD 2,8 miljoen daarvan werd niet gedekt door de depositogarantie. Ook in dit geval moest de toezichthouder eerst nadere informatie ontvangen van de bankklanten om te zien of ongedekte rekeninghouders een deel van hun ongedekte banktegoeden konden terugkrijgen.
Hoe veel de ongedekte rekeninghouders uiteindelijk terugkrijgen of hebben teruggekregen, is een privékwestie tussen de bewindvoerder en afzonderlijke rekeninghouders. Wel is bekend dat een deel van de rekeninghouders dus verliezen moesten nemen die in eerdere reddingsacties in 2008 en 2023 niet door ongedekte rekeninghouders zijn genomen maar door de overheid.
Een belangrijk verschil met de bejegening bij mogelijk faillissement van megabanken is dat bovengenoemde banken klein zijn en bij faillissement geen systeemrisico vormen. Bij de dorpsbank waren de onregelmatigheden die hadden geleid tot het faillissement, dusdanig ernstig dat de vraag rijst waarom die van de afgrond zou moeten worden gered en of die redding de overtredingen zou verhelpen of juist vergoelijken.
Op 4 december 2025 berichtte het O.M. namelijk dat een tenlastelegging was uitgebracht tegen de voormalige algemeen-directeur van de dorpsbank voor zijn rol in onder meer oplichting van de bank, valsheid in geschrifte in de administratie van de financiële instelling, belemmering van bestuursrechtelijk onderzoek van de financiële instelling en gebrek aan het wettelijk verplicht anti-witwasbeleid.
De algemeen-directeur bekleedde zijn functie sinds februari 2007 tot ontheffing uit zijn functie in september 2024. Daarnaast bekleedde hij gedurende die tijd ook andere bestuursfuncties, zoals financieel directeur en directeur anti-witwasbeleid. Volgens de tenlastelegging zorgde hij ervoor dat de bank leningen verstrekte aan bepaalde klanten, vooral eigen vrienden en buren, die zij nooit aflosten. Vervolgens vervalste hij diverse stukken in de bankadministratie onder meer om het doen lijken alsof zij wel normaal aflosten.
Ook zou hij geregeld bankstukken hebben vervalst om deze onregelmatigheden te verbergen voor onder meer het bankbestuur en de toezichthouder. Het ging om gesjoemel met bedragen in de honderden duizenden en met gegevens over leenvoorwaarden, bedragen, termijnen en aflossing die hij verborg voor het bestuur in zijn interne verslagen over kredietverstrekking van de bank. Tijdens een inspectie en boekenonderzoek op locatie begon de toezichthouder door te vragen vanwege verdachte gegevens in de administratie: op één dag zouden kredietnemers aflossingsbetalingen hebben gedaan op 100 verschillende leningen. Vervolgens zou hij de toezichthouder een meer gedetailleerd maar vals document hebben verstrekt waarin honderden door hem gemaakte wijzigingen in leningsgegevens werden verhuld.
Ook wordt hem ten laste gelegd dat hij geen anti-witwasbeleid voor de bank had ingevoerd en gehandhaafd, hoewel dit wettelijk wel vereist is. Zo deed hij in het kader van zijn eigen onregelmatigheden geen melding van ongebruikelijke transacties en vertelde hij klanten hoe zij melding van bepaalde transacties door de bank konden omzeilen, aldus het O.M. In zijn functies als directeur naleving wet- en regelgeving en directeur anti-witwasbeleid kon hij geveinsd toezicht op deze overtredingen uitoefenen. Op 7 mei 2026 heeft, aldus het O.M., de algemeen-directeur verklaard schuldig te zijn aan oplichting van de bank.
Één van de in de tenlastelegging van de algemeen-directeur genoemde leners is op 8 april 2026 ook vervolgd voor samenspanning met de algemeen-directeur. Beiden zouden valse gegevens hebben verstrekt in verband met meerdere leningen in 2021. De bovengenoemde vervalste bankstukken betroffen onder meer deze lener, zodat zijn achterstallige betalingen werden verhuld en hij meer geld kon blijven ontvangen van de bank. Deze gedragingen bleven voortduren tot kort vóór het faillissement van de bank in oktober 2024. Het aldus wederrechtelijk verkregen voordeel zou deze lener volgens het O.M. vervolgens hebben witgewassen.
Circa 3 weken voor het faillissement in oktober 2024 had volgens de lokale media de adjunct-directeur van de bank zelfmoord gepleegd. Het dorp was geschokt.
Het O.M. eist forse gevangenisstraffen van beiden met verbeuring van onder meer het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Veel dank voor uw bezoek. Bij Plus Ultra hechten wij veel waarde aan de kwaliteit van juridische vertalingen. Wij waarderen onze cliënten ten zeerste en delen graag onze juridische en vertaalkundige vakkennis met u. Veel dank voor de donaties en voor het delen van Plus Ultra met anderen voor wie dit nuttig kan zijn. Het is door uw steun dat Plus Ultra gratis een bijdrage kan leveren aan onze geliefde mensen met waardevolle meertalige hulp en juridische en taalkundige artikelen en ook nuttige toeristische informatie en beelden. Nogmaals hartelijk dank voor uw steun en wij hopen u snel weer te zien.

Ontvang Plus Ultra’s nieuwsbrieven in het Nederlands.
Volg Plus Ultra op YouTube en TikTok om te genieten van onvergetelijke ervaringen en adembenemende plaatsen zoals u die hierboven ziet.
Meer informatie over Plus Ultra’s juridische, taalkundige en toeristische diensten in Colombia.
Benut Plus Ultra’s waardevolle juridische vertaaltips in het Engels en Spaans voor bij de Nederlandse notaris.
U zult zien dat onze naam, ideeën en publicaties worden gekopieerd of iets soortgelijks wordt gemaakt of geprobeerd. Plus Ultra herkent u aan de inhoud.
© Plus Ultra Juridische Vertalingen & Uitgeverij. Alle rechten voorbehouden.



