Plus Ultra | Effecten-, privaat-, bestuurs- en strafrecht | 20 mei 2026
Op 20 maart 2026 is een effectenrechtelijke massavordering ingesteld tegen een privékredietverstrekker in de durfkapitaalsector met een vermogen van bijna USD 6 miljard en de bestuurders daarvan. De vordering kwam nadat een hefboomfonds via een gelieerd financieel onderzoeksbureau een verslag had uitgebracht met belangrijke beweringen en bevindingen over de waarde(bepaling) van het privékrediet. Wat zijn die privéleningen echt waard? Hoe en door wie wordt de waarde bepaald? Deze prangende vragen van de beleggers zijn nu ook belangrijk voor het Amerikaanse Openbaar Ministerie (“O.M.”).
In het in de vordering aangehaalde verslag zouden voormalige werknemers anoniem hebben gezegd dat het bedrijf bij kredietverstrekking geen degelijk vooronderzoek noch achteraf adequate financiële toetsing verricht. Hierdoor zou het een onjuiste, rooskleurige voorstelling hebben gegeven van het vooronderzoek vóór totstandkoming van durfkapitaaltransacties en kredietverstrekking. Omdat deze eerste uit 5 beweringen is gebaseerd op anonieme verklaringen zonder bewijs, verdient deze, losstaand en niet in samenhang met de overige beweringen bekeken, enig scepticisme.
Anonieme beweringen in dergelijke verslagen van beleggingsfondsen gelden in het Amerikaanse effectenrecht namelijk als ‘van horen zeggen’. Volgens de jurisprudentie kunnen roddels niet dienen als bewijs. Zonder ondersteunend bewijs krijgen die beweringen geen volledige bewijskracht, maar een sceptische behandeling van de rechter.
De fondsen die dergelijke verslagen uitbrengen, hebben namelijk aanzienlijke financiële eigenbelangen bij die stellingen. Hierdoor zijn zij in een uitspraak eens omschreven als baatzuchtige verkopers die roddels verkopen voor eigen gewin. Met hun handelsstrategie speculeren zij bijvoorbeeld, zoals in casu, op de koersdaling van de effecten van de bedrijven die het onderwerp zijn van hun onderzoeksverslagen. Goedgelovigheid ten aanzien van anonieme beweringen in hun verslagen zou, zonder goed bewijs, het succes van die handelsstrategie kunnen garanderen.
Dit betekent niet dat de verslagen per se of volledig moeten worden afgewezen. Integendeel, de met bewijs onderbouwde stellingen kunnen leiden tot of bijdragen aan bestuurs- en strafrechtelijke onderzoeken en vervolging.
Zo ging een bedrijf in april 2024 de beurs op en haalde snel een marktkapitalisatie van circa USD 1,5 miljard. In augustus 2024 concludeert een forensisch financieel onderzoeksbureau in een uitgebreid verslag, in essentie, dat het kunstmatige intelligentiebedrijf kunstmatige klanten en kunstmatige omzet had. In detail worden met allerlei financiële en andere stukken van het bedrijf onjuistheden over onder meer omzet en klanten aan de kaak gesteld. Na publicatie van dat verslag kelderde de aandelenkoers enorm, in 1 dag meer dan 50%. Een groot deel van de marktwaarde in 1 klap verdampt.
Volgens het O.M. zouden de bestuurders hebben gelogen toen beleggers en banken bezorgd vragen stelden over het verslag. Op 23 december 2024 traden de bestuurders af, met vele miljoenen aan wederrechtelijk voordeel, terwijl het bedrijf bescherming zocht tegen het op 6 maart 2025 onvermijdelijke faillissement. Honderden schuldeisers en meer dan USD 50 miljoen aan schulden bleven onbetaald. Op 17 april 2026 vervolgt het O.M. de algemeen en financieel directeur voor onder meer jarenlange effectenrechtelijke oplichting. In de tenlastelegging verwijst het naar het onderzoeksverslag.
Terug naar de overige beweringen over de durfkapitaalverstrekker in de massavordering en het verslag. De tweede stelling dat het bedrijf een onjuiste, rooskleurige voorstelling zou hebben gegeven van de wijze waarop het portefeuilles waardeert, is gebaseerd op zowel ‘van horen zeggen’ als bewijs. Voor de overige 3 stellingen bieden de gedeponeerde financiële stukken ook steeds bewijs. Het bedrijf zou beleggingen onjuist hebben geclassificeerd. Hierdoor zou het een te hoge waarde aan en een onjuiste voorstelling hebben gegeven van zijn portefeuilles. Dit alles maakt, aldus de vordering, de positieve verklaringen van de bestuurders over het bedrijf, de bedrijfsvoering en vooruitzichten aanzienlijk misleidend en zonder redelijke gronden.
Het in de vordering aangehaalde onderzoeksbureau toont aan de hand van financiële stukken aan hoe het bedrijf zijn grote blootstelling aan de softwaresector kleiner voorstelt dan die werkelijk is. Circa 35% van de waarde van zijn totale kredietportefeuille bestaat uit softwarebedrijven. Maar in de verschillende categorieën van beleggingsportefeuilles in een stuk, bijvoorbeeld, classificeert het bepaalde bedrijven die zichzelf als softwarebedrijven omschrijven, niet als ‘software’ maar iets anders. Er worden 2 voorbeelden gegeven met bewijs. Na publicatie van dat verslag daalt de aandelenkoers met 7,9% na ongebruikelijk drukke handel daarin, aldus de massavordering. Hoewel deze op 19 mei 2026 nog loopt en de stellingen kunnen worden weerlegd, toont die wel goed het probleem aan.
Het probleem betreft de waardebepaling door privékredietverstrekkers en -fondsen en de echte waarde van hun beleggingen. In deze en overige rechtszaken is de cruciale vraag of de opgegeven waarden een nauwkeurige weergave vormen van de financiële werkelijkheid. Aansluitend is de vraag of erkenning van de verliezen zo lang mogelijk wordt uitgesteld om de waarden zo hoog mogelijk te houden.
De waarden van de fondsen en beleggingen bepalen namelijk de omvang van de commissies van de fondsbeheerders. De waarden bepalen ook bijvoorbeeld de kosten voor beleggers bij in- en uittreding van fondsen. Fondsbeheerders hebben dus aanzienlijke financiële en eigen belangen bij zo hoog mogelijke waarden. Het is dus minder aantrekkelijk om bijvoorbeeld in de cijfers te melden dat de waarden van de leningen moeten worden bijgesteld, omdat die het, door bijvoorbeeld aflossingsproblemen of ongunstige ontwikkelingen, niet meer zo goed doen. De door verstrekkers opgegeven waarden van privéleningen zijn voorts niet alleen belangrijk omdat beleggers daarop afgaan, maar vooral ook omdat er verder geen andere markt is waar zij die leningen bijvoorbeeld kunnen verkopen wegens waardedaling.
Die waarden en waarderingen deponeren dit soort fondsen en kredietverstrekkers meestal op kwartaalbasis, dus beleggers hebben niet zoals op de beurs een dagelijkse waardebepaling van hun beleggingen. “Wat is zo’n privélening dan echt waard en hoe en door wie wordt de waarde bepaald?”, vraagt een belegger zich af. Het antwoord kan zich soms dan kenmerken door financieel gehakkel.
En waardering is dan ook precies het onderwerp van het op 16 mei 2026 bekendgemaakte strafrechtelijk onderzoek dat gaande is bij een privékredietfonds van een megavermogensbeheerder. In november 2025 zei een Hoofdofficier van Justitie op een conferentie dat strafrechtelijk onderzoek zou komen. Eerder in 2026 werd elders bestuursrechtelijk onderzoek bevestigd en later tijdens een conferentie nogmaals bevestigd door de toezichthouder.
Het thans onderzochte fonds meldde in januari 2026 — plotseling buiten de gebruikelijke deponeringstermijnen om — bij de toezichthouder de verwachting dat het de waarde van zijn activa moest verlagen met 19%. Hierop kelderde de aandelenkoers 13%. Zo’n val had het in jaren niet gezien, sinds maart 2020 niet. Deze plotselinge keldering van de opgegeven waarde was dusdanig drastisch dat effectenrechtelijke massavorderingen van beleggers volgden inzake valse verklaringen en onjuiste waarderingen van de leningen door het fonds. Daarna volgden nog meer drastische bijstellingen in de opgegeven cijfers en de fondskoers kelderde met 24%. Dit fonds is slechts één voorbeeld.
Een abrupte waardekeldering doet beleggers geschokt naar de uitgang rennen. Evenzo onduidelijk- en wispelturigheid over de waarde van de leningen in de fondsen waarin zij hebben belegd. Financieel gehakkel overigens ook. De onzekerheid van Amerikaanse beleggers over onder meer waarderingen van fondsen was al in het laatste kwartaal van 2025 te zien toen grote privékredietnemers failleerden.
Als het fonds en de belegger het oneens zijn over de waarde van de privéleningen, dan leidt dat tot verzoeken van opname van hun inleg. Als het fonds en de banken het oneens zijn over de waarde van de leningen, dan wordt dat een kredietprobleem voor het fonds. Als het fonds en de toezichthouder het oneens zijn over de waarde, dan leidt dat tot vorderingen gegevensverstrekking. Als het O.M. zich aansluit bij de toezichthouder, dan wordt het iets anders.
De Amerikaanse bestuurs- en strafrechtelijke autoriteiten laten dus weten dat zij de ontwikkelingen nauwgezet volgen. Omdat dit lopende bestuurs- en strafrechtelijke onderzoeken en burgerrechtelijke massavorderingen zijn, geldt dat onderzoeken zonder beschuldigingen kunnen eindigen en dat men onschuldig is, totdat het tegendeel is bewezen in rechterlijke uitspraken.
Europa kent voor deze privékredietbeleggingen de Europese lange-termijnbeleggingsfondsen. Deze fondssector is echter nogal versnipperd over de verschillende landen, aldus de Europese Commissie. Versnippering kan informatievergaring, en vooral duidelijkheid, aanzienlijk vertragen. Maar ondertussen zijn ook Europese toezichthouders deze sector gaan volgen vanwege mogelijke systeemverbanden.
Een versimpeld hypothetisch voorbeeld ter concretisering. Bij fondslancering is de opgegeven boekwaarde van de privéleningen voor startende softwarebedrijven 100 cent. Beleggers stromen binnen. Na verloop van tijd krijgt de softwaresector het moeilijk, onder meer vanwege de ongunstige vooruitzichten door kunstmatige intelligentie. Wat zijn de leningen waard? Moeten de fondsen de waarden bijstellen naar bijvoorbeeld 70 cent? Of zal de markt, zoals wordt gesteld, wel weer aantrekken? Op een deel van de leningen wordt al langer niet meer afgelost, maar door een leningsregeling volgt geen afschrijving. Nu dit privéleningen zijn, weet de buitenwereld niet wat er gaande is tussen kredietverstrekker en -nemers of in de boeken van de verstrekker. Wat zijn de leningen waard en hoe en door wie wordt dat bepaald? U mag het zeggen.
Veel dank voor uw bezoek. Bij Plus Ultra hechten wij veel waarde aan de kwaliteit van juridische vertalingen. Wij waarderen onze cliënten ten zeerste en delen graag onze juridische en vertaalkundige vakkennis met u. Veel dank voor de donaties en voor het delen van Plus Ultra met anderen voor wie dit nuttig kan zijn. Het is door uw steun dat Plus Ultra gratis een bijdrage kan leveren aan onze geliefde mensen met waardevolle meertalige hulp en juridische en taalkundige artikelen en ook nuttige toeristische informatie en beelden. Nogmaals hartelijk dank voor uw steun en wij hopen u snel weer te zien.

Ontvang Plus Ultra’s nieuwsbrieven in het Nederlands.
Volg Plus Ultra op YouTube en TikTok om te genieten van onvergetelijke ervaringen en adembenemende plaatsen zoals u die hierboven ziet.
Meer informatie over Plus Ultra’s juridische, taalkundige en toeristische diensten in Colombia.
Benut Plus Ultra’s waardevolle juridische vertaaltips in het Engels en Spaans voor bij de Nederlandse notaris.
U zult zien dat onze naam, ideeën en publicaties worden gekopieerd of iets soortgelijks wordt gemaakt of geprobeerd. Plus Ultra herkent u aan de inhoud.
© Plus Ultra Juridische Vertalingen & Uitgeverij. Alle rechten voorbehouden.



